Het Orgel

Een galant orgel

Het orgel van de Sint-Martinuskerk in Sint-Oedenrode is een galant orgel. Dat zie je en dat hoor je. Het orgel heeft onmiskenbaar achttiende-eeuwse kenmerken, hoewel het in 1839 gemaakt is. En ofschoon de kerk waarvoor het orgel gemaakt is grotendeels niet meer bestaat, komt het in de huidige kerk volledig tot zijn recht. Dat hoor je en dat zie je.

De kas en de ornamentiek hebben een weelderig karakter. Bekijk bijvoorbeeld de klassieke elementen, de draperieën, de leeuwenkoppen, de bloemen- en vruchtenslingers, het acanthus bladwerk, de engelen, de muziekinstrumenten en natuurlijk alle spelers met midden boven Ceacilia aan het orgel. Samen met het orgel maken al die gebeeldhouwde figuren muziek.

Het orgel van Sint-Oedenrode staat bekend als een van de best bewaarde orgels gemaakt door de familie Smits uit Reek. Drie generaties bouwden in de negentiende eeuw orgels in Noord Brabant. Andere bouwers in die periode en in die streek waren Vollebregt en Van Hirtum. Van de vroege en nog bestaande orgels van de eerste generatie Smits noemen we die van Gemert (1833), Deurne (1838), Sint-Oedenrode (1839), Boxtel (1842), Oirschot, voorheen ’s-Hertogenbosch, (1847), Rosmalen (1850), Schijndel (1852) en Aarle-Rixtel (1852). De eerste orgels werden evenals in Sint-Oedenrode (waar een zelfstandig pedaal werd voorbereid) voorzien van twee manualen en een aangehangen pedaal. Dat van Boxtel heeft drie manualen en dat van Den Bosch krijgt bij de bouw een zelfstandig pedaal.

Het Rooms-katholicisme mag in de negentiende eeuw weer in het openbaar beleden worden en ten gevolge daarvan worden bestaande kerken aan de Katholieken teruggegeven, worden nieuwe kerken gebouwd en nieuwe orgels gemaakt. Het orgelbestand in Noord-Brabant is dus voor een groot deel afkomstig uit de negentiende eeuw. Als uitzondering noem ik het Severijnorgel van 1650 in Cuijk: waar Tineke Steenbrink (zie De CD) organist is, en het ensemble naar vernoemd is.

Het orgel van Sint-Oedenrode heeft met zijn galante uitstraling dus laat achttiende-eeuwse trekken. Het is in zijn dispositie slank in tegenstelling tot instrumenten uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Toch is de algemene klankindruk breed maar wel bescheiden. Het is een echt orkest dat de kerkelijke orkestpraktijk van de achttiende en negentiende eeuw waardig kon vervangen.

Het werd in 1839 door Frans Smits geplaatst in de in 1810 in gebruik genomen en aan Martinus van Tours gewijde kerk. De Rooise timmerman Engels maakte de kas en het atelier J.B. Peeters in Antwerpen al het houtsnijwerk. Het orgel beschikte toen over twee klavieren en een aangehangen pedaal.

De dispositie van de manualen is nu nog gelijk aan de oorspronkelijke. In het begin van de twintigste eeuw vervangt Frans Smits (II) de manualen, de frontpijpen en de Gamba. Onder leiding van de architect W. van Aalst wordt in 1915 de huidige kerk voltooid. Frans (III) restaureerde het orgel en plaatste het in de zuidbeuk naast het priesterkoor. Vlak na de tweede Wereldoorlog wordt het orgel door de orgelmakers Vermeulen overgebracht naar de westzijde van de kerk. Bij werkzaamheden in 1955, eveneens door Vermeulen, wordt op de plaats van de Basson een Kromhoorn 8’ geplaatst.

In de tijd van de ‘beeldenstorm’ na het Tweede Vaticaans concilie verliest de kerk veel van haar interieur en wordt ook het orgel bedreigd, maar het komt die periode uiteindelijk ongeschonden door en eind jaren zestig ontstaan al plannen voor een restauratie.

Eerst wordt in de jaren negentig de kerk gerestaureerd, en vervolgens wordt het interieur uit de inmiddels gesloten Hasseltse kerk van Tilburg voor de kerk verworven en geplaatst; alles mogelijk gemaakt met grote inzet vanuit de levendige parochiegemeenschap. Het kerkinterieur werd verrijkt met onder meer de huidige banken, de preekstoel en het Lijdensaltaar van het Bossche atelier Van de Geld. Zo ontstond samen met het nieuwe altaar met ornamenten van Niel Steenbergen en het koororgel een evenwichtig en voor de hedendaagse liturgie goed ingerichte neogotische Sint-Martinuskerk. In 2003 werden door de klokkengieterij Koninklijke Eijsbouts aan de Odaklok (slagtoon a1) de Martinusklok (g1) en de Mariaklok (c2) toegevoegd en zo beschikt de kerk nu over een Gloriagelui dat met de hand geluid wordt. In 2011 wordt het gelui nog met een Angelusklok uitgebreid.

In 2000 werd met de restauratie van het inmiddels vrijwel onbespeelbare orgel begonnen. De werkzaamheden werden naar het ontwerp en onder leiding van Frans Vermeulen door de orgelmakers Flentrop, Zaandam, uitgevoerd. Adviseur was drs. Jan Boogaarts. De oorspronkelijke manuaaldispostie werd hersteld: herstel van het Smitspijpwerk en nieuw maken van de registers Viola di Gamba en Basson van het positief. De manualen werden gereconstrueerd en er werd een zelfstandig pedaal met vijf registers gemaakt. Ook het pedaalklavier is nieuw. Voor de Præstant kon van frontpijpen gebruik gemaakt worden. De Bazuin werd gemaakt zoals die van Frans (I) Smits in het orgel van Ravenstein.

Op Martinuszondag, 11 november, in 2001 werd dit galante orgel feestelijk in gebruik genomen.

Bert Augustus, titularis van het Smits orgel in Sint- Oedenrode